1. Beide spelers beginnen met 5 knikkers. Dit betekent dat er 10 knikkers in het potje moeten worden geknikkerd.
2. Een knikkerwedstrijd duurt maximaal 5 minuten. Wanneer na 5 minuten de 10 knikkers nog niet in het potje zijn gespeeld, is de speler met de hoogste score winnaar. De score wordt bijgehouden door een scheidsrechter.
3. De speler die de 10e knikker in het potje knikkert, binnen de tijd, is winnaar.
4. Start van de wedstrijd. Om beurt gooien de 2 spelers, om en om, de knikkers op van achter de startstreep.
5. De op het wedstrijdschema als eerst genoemde speler, gooit als eerste op.
6. De speler die de knikker het dichtst bij het potje heeft gegooid, mag beginnen.
7. De spelers mogen om de beurt een knikker spelen. Wanneer een speler een knikker in het potje speelt, behoudt deze speler de beurt.
8. Wanneer 1 van de spelers niet aan beurt is geweest, doordat de andere speler alle 10 knikkers in 1 beurt in het potje heeft gespeeld, wordt er een gelijkmakende beurt gespeeld In dit geval legt de scheidsrechter de knikkers verspreid in het knikkerveld neer. Wanneer ook deze speler alle 10 knikkers in 1 beurt in het potje speelt, eindigt de partij onbeslist.
9. Het spelen van de knikker moet stootsgewijs gebeuren. Onder deze voorwaarde zijn alle knikkertechnieken toegestaan. De knikker mag niet worden geschoven. De scheidsrechter oordeelt over de toegepaste techniek.
10. De knikker dient te allen tijde in de richting van het potje gespeeld te worden.
11. Als de knikker buiten het speelveld komt, dan wordt deze teruggelegd op de plaats waar de knikker het speelveld uit ging.
12. Bij gelijke eindstand in de poule wordt het aantal scores gemaakt in de verschillende wedstrijden opgeteld. De speler met het hoogste aantal scores is winnaar. Indien dit geen winnaar oplevert, is het onderlinge resultaat bepalend. Indien dit ook gelijk is wordt er een beslissingswedstrijd gespeeld met één knikker. De speler die scoort is winnaar.